Description
In dit hoofdstuk komen spraakstoornissen aan de orde die veroorzaakt worden door een probleem met de spraakorganen (anatomisch of fysiologisch) of die het gevolg zijn van sensorische (vooral auditief en tactiel-kinesthetische) problemen waardoor de articulatie negatief wordt beïnvloed. In hun verschijningsvorm zijn ze fonetisch. Het zijn stoornissen die in het model van Levelt (1989) (zie katern A2.1 van dit handboek) tot de articulator behoren en via de spraakmotorische feedback sensorisch worden waargenomen. Deze feedback en input zijn therapeutisch belangrijk. Bij de bespreking van de therapie van de articulatiestoornissen valt op dat zowel het auditieve, het visuele, het tactiel-kinesthetische, als de communicatieve bewustwording na het spreken de input zijn om de spreker (het kind, de volwassene) bewust te maken van de kwaliteit van zijn spreekproces.